Fytotherapie



Fytotherapie

Hypericum perforatum, Sint Janskruid

Capsicum annuum, Spaanse peper

Aconiet

Dille

Definities
De NVF, de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie definieert fytotherapie als volgt:
"Fytotherapie is de professionele, risico-arme toepassing van fytotherapeutica met als doel de gezondheid te herstellen, te behouden of te bevorderen".
"Fytotherapeutica zijn geneesmiddelen die als actieve ingrediënten uitsluitend planten, delen van planten of plantenmaterialen of combinaties daarvan bevatten, in ruwe of bewerkte staat".
 
Kwaliteit, bereidingsvormen en -normen; standaardisatie, werkzaamheid
Vele plantenextracten bevatten actieve bestanddelen met een specifieke werking die in de volkswijsheid en volksgeneeskunde vaak al eeuwen bekend zijn. Wetenschappelijk onderzoek heeft in de loop der jaren de effectiviteit van vele plantenextracten kunnen bevestigen.
Vroeger werd er nog veel gebruik gemaakt van gedroogde kruiden en kruidenmengsels waar thee van werd getrokken. Ook zijn bekend: decocta (afkooksels), maceraten en infusen (aftreksels op water) en de succus (perssap van verse planten). De hiervoor genoemde vormen zijn moeilijk in een fabricageproces te standaardiseren, zodat het nagenoeg onmogelijk is steeds exact hetzelfde product te bereiden. Daarnaast blijven soms veel belangrijke andere stoffen in de plant achter omdat deze bijvoorbeeld niet in water oplosbaar zijn.
Een zeer belangrijke voorwaarde om een goed extract te verkrijgen is de keuze van het oplosmiddel, omdat het voor de kwaliteit van belang is dat werkzame stoffen en hulpstoffen in zo hoog mogelijke concentraties mee in oplossing gaan. Daarnaast dient het extractiemiddel niet toxisch te zijn en de verkregen stoffen in oplossing te houden, zodat het lichaam deze gemakkelijk kan opnemen. De reden waarom er in vloeibare fytotherapeutica nagenoeg altijd alcohol zit is het feit dat een bepaalde verhouding van alcohol en water (aqua purificata; = gedemineraliseerd, bacterie-vrij water) het ideale oplosmiddel blijkt te zijn. Ook vetachtige grondstoffen en vluchtige oliën worden door alcohol opgenomen. Bij uitzondering wordt gebruik gemaakt van andere oplosmiddelen. Alcohol betekent tevens een goede conservering van het eindproduct. Onder het begrip extract vallen de vloeibare extracten (EF; extractum fluïdum) en tincturen (MT; moedertinctuur of oertinctuur), de extractum spissum (dikextract) en droogextract (ES; extractum siccum). De verschillende extracten worden uit tincturen bereid.

Standaardisatie
Een op bovenstaande wijze verkregen extract bevat een zeer geconcentreerde vorm van belangrijke stoffen die zich niet laat vergelijken met gemalen of gedroogde planten in poedervorm. De bereiding van extracten is gewoonlijk tot in detail "gestandaardiseerd". Dit betekent dat hoeveelheden, plantendelen en oplosmiddel nauwkeurig zijn vastgesteld om steeds eenzelfde hoge kwaliteit te kunnen bieden. Daarnaast vinden controles plaats door waarde- en gehaltebepaling van de verschillende inhoudstoffen.
Het standaardiseren is een waarborg voor de constante kwaliteit en werkzaamheid. Omdat door de verschillende (klimatologische) weersomstandigheden, bodemgesteldheid, teeltwijzen, seizoeninvloeden, milieuverontreinigingen en de verschillende wijzen van verwerking de zuiverheid en werkzaamheid sterk uiteen kunnen lopen, zorgen de standaardisatie en de andere voorgeschreven procedures voor een vast percentage werkzame stoffen per plant of plantendeel - zonder verontreinigingen; een (te) sterke schommeling in samenstelling en concentratie van de grondstoffen wordt daarmee uitgesloten.
De nieuwe standaardisaties richten zich tegenwoordig steeds meer op meerdere werkzame inhoudsstoffen per plant. Bij de bereiding van kruidenpreparaten wordt gebruik gemaakt van kruiden uit de gehele wereld. De leveranciers die onze kruiden-grondstoffen leveren, moeten voldoen aan de hoogste standaard verwerkingsprotocollen (Farmacopee, monografieën) en productienormen (G. M. P. en S.O.P.). Het uitvoeren van verschillende analyses ten behoeve van de zuiverheid (antibiotica, pesticiden, zware metalen e.a. verontreinigingen) en het gehalte aan werkzame bestanddelen hoort daar vanzelfsprekend bij - vanaf het zaaigoed (of beplanting, zuivere culturen en de bodemsamenstellin g) tot aan de oogst. Er wordt hoofdzakelijk uitgegaan van het gebruik van de gehele plant of plantendelen (zoals farmacologisch voorgeschreven), met al zijn actieve bestanddelen waardoor het natuurlijk synergisme blijft bestaan. 
 
Ballaststoffen en het verschil tussen fytotherapeutica en geïsoleerde stoffen
De laatste decennia heeft men onderzoeken uitgevoerd die duidelijk aantonen dat niet enkel de actieve inhoudsstoffen van belang zijn voor een goede werking van een plantaardig middel, maar dat het TOTUM belangrijk is. Het totum is het synergistische totaal aan inhoudsstoffen van een plant, zowel actieve als hulp- of ballaststoffen. Dit wonderlijke synergisme blijkt:
a) het geneeskrachtig-therapeutische effect te versterken
b) een eventueel toxisch effect te verminderen
De fyto-biochemie en -farmacologie hebben baanbrekend werk verricht voor de kennis, de activiteit en de identiteit van inhoudsstoffen, alsmede voor de therapeutische werkzaamheid van planten.
Inmiddels is wetenschappelijk aangetoond dat alle geneeskrachtige planten meer dan één werkzame stof bevatten. Al ruim een halve eeuw neemt de wetenschappelijke literatuur over fytofarmaca voortdurend in omvang toe. Op indrukwekkende wijze heeft wetenschappelijk onderzoek de werking van oeroude en empirisch beproefde plantaardige geneesmiddelen aangetoond en aangevuld.
Door de ingewikkeldheid van de samenstelling en door het grote aantal werkzame stoffen bezitten veel kruiden naast hun hoofdwerking een ondersteunende werking op andere betrokken orgaansystemen; een wonderlijk staaltje van synergisme! De meeste fytotherapeutica bezitten naast hun hoofdwerking een breed regulerend mechanisme door de aanwezigheid van de zgn. ballaststoffen; zij kunnen bijvoorbeeld de zuurgraad in evenwicht brengen, bloeddruk en bloedsuikerspiegel mee-reguleren enz. enz. Ballaststoffen worden ook wel nevenstoffen of adjuvans genoemd, meehelpende stoffen.
Ondank de moeizame acceptatie door regulier geschoolde artsen van de geneeskrachtige werking van een plant met al zijn inhoudsstoffen neemt de toepassing en het voorschrijven van plantaardige geneesmiddelen hand over hand toe. Over enkele jaren zullen reeds een groot aantal fytotherapeutica op Europees niveau geregistreerd en erkend worden als geneesmiddelen.
 
Fytotherapie; vroeger een volksgeneeswijze, is nu een professionele wetenschappelijk onderbouwde behandelingsvorm.
Voor hen, die zich met meer dan gemiddelde belangstelling oriënteren op het gebied van de professionele kruidengeneeskunde of fytotherapie, volgt hieronder een beknopt overzicht van de verschillende soorten werkzame bestanddelen en hun aard.
De meeste fytotherapeutische literatuur, zowel botanische en farmacologische werken, gebruiken bij de beschrijving van geneeskrachtige planten de volgende indeling:

  • Latijnse benaming
  • Gebruikte plantendelen
  • Belangrijkste inhoudsstoffen
  • Medisch gebruik
  • Dosis
  • Farmacopee
  • Onverenigbaarheden, antidota
  • Bijwerkingen, toxiciteit en contra-indicaties

De moderne fytotherapeut behandelt de zieke in zijn lichamelijke en geestelijke complexiteit als een geheel, met één of meerdere kruiden waarmee de meervoudige indicaties het beste overeenstemmen. Naast een gedegen kennis van de eigenschappen en toepassingen van bepaalde planten(delen) is het van belang dat de praktiserende fytotherapeut eveneens basiskennis beheerst over de bereidings- en toedieningsvormen, concentratie, bewaring, standaardisatie, uitkomsten van klinisch en farmacologisch onderzoek, en grenzen kent bij de toepassing van fytotherapeutica.

Klik hier voor een overzicht van de werkzame bestanddelen en hun eigenschappen.